Gemeenten worden neergezet
als bottleneck in Basisregistraties

"Laten we een oproer creëren, zodat duidelijk wordt dat de organisatie van al die landelijke voorzieningen die de rijksoverheid voorstaat, van de ratten besnuffeld is. Elk directoraat is er wel met een bezig", zo predikte Nils Borgesius, VNG Hoofd Taakveld Informatiebeleid, onlangs op de jaarvergadering van het Bedrijvenplatform Geo Informatie de revolutie.

Waar het programma van de aansluitende BGI-bijeenkomst over de aanstormende basisregistraties nog alle tekenen had van een middagje bekende standpunten aanhoren, pakte dat toch heel anders uit.

Cynisme
Ronduit verassend was spreker Nils Borgesius. Dat hij pas sinds november vorig jaar bij de VNG werkte, was duidelijk. Zelden zoveel cynisme gehoord in een openbare vergadering over de eigen achterban. Je zou het 'verfrissend' kunnen noemen, maar ook 'ontheemd'. De aanhoudende litanie over traagheid en onkunde van de leden waarmee hij zijn slides omrande, zei natuurlijk ook veel over de prestaties van koepel VNG, maar die organisatie voelde hij klaarblijkelijk nog niet als 'eigen'. Iedereen mag heel veel verwachten van Borgesius als het er om gaat zijn kritiek in daden om te zetten.
Daarin zal centraal staan, zo mochten de aanwezige geo ict-consultants concluderen, dat hij gemeenten helpt de 'gekoesterde eigen domeinen' los te laten. Dat vraagt inzet van bedrijfskundige kennis, managementkennis, documentbeheer, maar ook een andere sturing en risicobeleving.
Hij zal ook zijn best doen 'het mythische karakter van de basisregistraties af te halen'. "Daar worden dus níet alle problemen van de overheid mee opgelost, ook al doen velen alsof dat het geval is." Sterker: hij voorziet nog grote problemen. "God helpe de burger de brug over waarvan de gegevens in een of andere basisregistratie verkeerd staan. Het geeft Kafka-achtige situaties om dat weer goed te krijgen. En als we straks net als rijke Amerikanen massaal gaan trekken in enorme campers, wat hebben we dan als adres? Bestuurlijke aansprakelijkheid is ook een heikel punt; hoe gaan we daarmee om met al die gekoppelde bestanden?" Afijn, Borgesius hoorde het 'huis van Thorbecke' al aan alle kanten kraken.
Hij bleek niet te beroerd zelf aan wat gekraak bij te dragen, want wat later tijdens de bijeenkomst, toen de inrichting van de centrale, landelijke voorziening voor gebouw- en adresgegevens ter sprake kwam, riep hij op tot tromgeroffel in Den Haag, zie het citaat in de inleiding van dit verhaal.

i-Teams
En het begon nog wel zo voorspelbaar. Dirk Jan van der Linden, programmamanager Stroomlijning Basisregistraties bij het ministerie van BZK, pakte uit met een verzameling sheets die uit schema's, hokjes en pijlen bestonden. Over het algemeen is dat een voorbode van een verhandeling over grote kaders en weinig feitelijke realisatie. Dat klopte ook hier weer als een bus.
Er worden nu stelsel-afspraken gemaakt, zodat het een goed op elkaar afgestemd geheel wordt en dat gaat langzaam, omdat het vele partijen en verantwoordelijkheden aangaat. Te denken valt aan wetgeving, terugmeldingsregels, financiering. Wat dat laatste betreft is het nog steeds niet duidelijk hoe de authentieke registraties, die straks door in ieder geval alle overheden verplicht moeten worden gebruikt, betaald gaan worden. En ondanks dat de projectgroep eind dit jaar wordt opgeheven, zal het uiteindelijke stelsel in de nabije toekomst nog immens uitdijen (zie figuur 1). Hopelijk wordt er meteen een vervolg-projectgroep opgestart, want zonder mensen die zich druk maken om de efficiency van het geheel, dat ook nog eens niet stabiel is, moet het ergste worden gevreesd.
Van der Linden was erg blij dat hij nu in ieder geval de handen uit de mouwen kon steken wat de realisatie betreft en i-Teams op pad kon sturen naar decentrale overheden. Daarvoor heeft hij € 33 miljoen losgepeuterd. "Met name gemeenten zijn niet in staat om alle nieuwe wetgeving in te voeren. Ze missen het zicht op de samenhang. Maar ook provincies en waterschappen kunnen hulp gebruiken." Daarom heeft hij 'uitzendbureaus' opgericht. Als intercedenten zijn 9 ex-gemeentesecretarissen met gevoel voor ICT aangetrokken die de intake gaan doen. Vervolgens wordt de klant een voorstel gedaan inzake hulp bij de voorbereiding, de inventarisatie en het ontwerp van de basisregistratie-invoer. Realisatie en beheer doen de i-Teams niet, maar Van der Linden sluit een 'nazorgfase' niet uit.
De uitzendkrachten zullen bestaan uit in 'verandering' gespecialiseerde ICT-adviseurs. Het bedrijfsleven kan zich hiervoor aanmelden en moet een cursus volgen. Bij goed gevolg wordt men gecertificeerd.

Business-case
Leen Murre, directeur-secretaris van de landelijke GBKN-organisatie, was één brok zelfvertrouwen. Hij bracht de boodschap, op basis van een recent gesprek met minister Dekker, dat de GBKN in 2010 een authentieke registratie zal zijn. Er moet natuurlijk nog wel een en ander geregeld worden, maar de voordelen zijn te groot om te negeren.
De kostenverdeling is nog een belangrijk knelpunt. Dat gaat om de € 20 miljoen die het beheer van het bestand jaarlijks kost. Murre zei in eerste instantie uit te gaan van de huidige functionaliteit van het bestand, maar had het later wel over 'objectgerichte gebouwen', inclusief bijgebouw en over luchtfotografie. Met name de nutsbedrijven willen garanties over de exploitatielasten als de overheid de regie gaat voeren en dat is nu eenmaal zo bij authentieke registraties. Murre sloot in eerste instantie een PPP dan ook uit.
Menig toehoorder was echter getriggerd door het financiële plaatje dat met Dekker is besproken. Volgens Murre staat ze niet onwelwillend tegenover het voorstel dat 17 miljoen van de bijhouding door de overheid (alle overheden) wordt gedekt. Het Rijk draagt daarvan in de visie van Murre jaarlijks 5 miljoen bij (oplopend, vanaf volgend jaar). De kosten van de landelijke beheerorganisatie (inclusief de 'landelijke voorziening' die Murre bij het Kadaster projecteert) zouden worden betaald uit de verstrekkingskosten die de afnemers vergoeden. Ook had Dekker begrip voor het standpunt dat het Rijk eenmalig 10 miljoen zal storten om de aanvangskwaliteit te realiseren.
Deze uitgangspunten brachten BGI-voorzitter De Graaf ertoe op te merken, dat het bedrijfsleven best 'in die businesscase wil participeren'. Murre was niet afwerend. Zijn vice-voorzitter, Dorine Burmanje, was zelfs enthousiast. "Ik heb me tot vanmiddag nooit gerealiseerd dat het bedrijfsleven kon participeren in de authentieke registraties. Dat is zeker een gesprek waard."
Dat het bedrijfsleven opteert om in de kosten te participeren zonder dat zicht is op de baten (Van der Linden: "Dat is wel geprobeerd, maar toch vooral een kwestie van belief."), werd naderhand door enkele aanwezigen in ongeveer gelijke bewoordingen toegelicht. De omzetkansen binnen de overheidssector voor de geoinformatiebedrijven zouden ernstig worden versmald als de basisregistraties eenmaal op de rit staan. In GIS-in-businesshoek is er absoluut onvoldoende compensatie, mede doordat de nieuwe spelers zoals Microsoft en Google zich ook daarop zullen concentreren. "Als je niet bereid bent kosten op je te nemen, zul je ook niet uit de ruif eten - daar gaan wij vanuit."

Markt én overheid
Burmanje, tevens voorzitter Raad van Bestuur Kadaster, bracht vriendelijk doch beslist naar voren dat het Kadaster prima geëquipeerd is om de ontsluiting en de distributie van álle basisregistraties met een geocomponent op zich te nemen. Dus behalve de GBKN, Percelen en Topografie noemde zij ook verre en nabije 'kanshebbers' als DINO (ondergrond), Kabels & Leidingen, Geluidscontouren en Wegennet. "Dat is geen kwestie van ambitieus steeds meer kerstballen in de boom hangen, maar willen doen waar je bewezen goed in bent."
Uitnodigend klonk het: "Wij zijn daartoe op aarde, gebruik onze landelijke informatie-infrastructuur." Burmanje verwees uiteraard ook naar de stelling van Borgesius dat het echt dringend noodzakelijk is om buiten de eigen domeinen te denken. "Dat geeft snelheid. Het gaat nu al om 68 personen uit 22 organisaties die bij het stelsel betrokken zijn, dus gemakkelijk is het niet. Maar het herschikken van informatie, herschikt ook de positie van partijen."
Wat dan te denken van de mededeling van de Kadaster-top dat ze echt niet weet wat te doen met de koppelingsmogelijkheden van de bestanden die ze nu en straks onder haar hoede heeft (bronhouders blijven overigens verantwoordelijk voor de kwaliteit van de data), nu de techniek alles zoveel makkelijker maakt. Als voorbeeld van een dilemma gaf ze: "Wij laten luchtfoto's maken om onze topografische kaarten bij te werken. Mag ik die - erg gewilde - foto's verkopen?"
Daar zou de voormalige TDN-directie snel uit zijn. Nog geen twee jaar geleden gold in wat nu een Kadaster-onderdeel is: we doen niets dat het bedrijfsleven ook kan. Is 'weet niet' niet gelijk aan díe keuze niet willen maken? Het thema speelt al een decennium.
Het moet héél gek lopen, willen de data uit de authentieke registraties niet vrijwel gratis aan het bedrijfsleven ter beschikken komen, dus links of rechtsom komt dat level playing field tussen geomarkt en overheid er wel. Maar een level playing field is er in principe voor álle betrokkenen. Klaarblijkelijk wil het Kadaster de mogelijkheid openhouden om straks als één van de aanbieders op dat speelveld te acteren. "Wat kan de markt inbrengen dat meerwaarde heeft voor het stelsel, voor de burger? Waar zijn wij goed in en wat laten we graag aan anderen over? Laten we daar een dialoog over starten." Met die uitnodiging van Dorine Burmanje betoonden de BGI-leden zich tevreden.

Frédérique van Berkel
hoofdredacteur Vi MATRIX