| Nijmegen is helemaal
bekeerd tot webservices
'Een geowebservice bouwen op Google
is heel erg gemakkelijk'
De gemeente Nijmegen doet mee aan het ICTU-project
Vergunningen op Internet. Voor een burger betekent dit, dat hij
ziet waarvoor vergunning is gevraagd door een markering aan te klikken
op de stadsplattegrond. Nog aardiger is, dat dat ook op een scherp Google-beeld
kan of een hybride variant: Google met stratenkaart eronder. 'Leuk' is
dan ook de meest gebezigde term in Nijmegen. De webservice gaat deze herfst
on-line.
Het bureau
Geo-Informatie heeft de afgelopen tijd zijn waarde moeten bewijzen in
Nijmegen en dat is goed gelukt. "Er is erkend dat geo een specialisme
is, nog lang niet zo generiek dat je het overal kunt neerzetten. We zitten
in de afdeling informatievoorziening, samen met de buro's documentaire
informatie, generiek applicatiebeheer en Informatie architectuur."
Ing. Paul H.J. Geurts, Informatie architect met vier geo-collega's, kan
dan ook terugkijken op een aantal inspirerende locatiegerelateerde projecten:
milieu- en bouwvergunningen en een bouwarchief op internet, maar ook een
nieuwe site voor bodeminformatie als gevolg van de Europese Arhuus-richtlijn.
En dan komen nog alle geogerelateerde verplichte basisregistraties eraan.
Het is niet alleen onder invloed van allerhande wettelijke druk dat er
nieuwe producten en diensten ontstaan. "Dienstverlening staat hier
bovenaan de prioriteitenlijst", verklaart Ingrid Ensing, bureauhoofd
Bouwen & Wonen in een stad met 160.000 inwoners en een bestuur van
linkse signatuur. "Je mag hier pionieren en dat geeft lol in je werk.
Een rood college heeft toch zijn effect op de progressiviteit van ambtenaren.
En hier komt ook veel budget vrij voor activiteiten, die nut en noodzaak
op een aangename manier voor burgers en bedrijven verenigen."
Elke dag scannen
Het is ook die visie op dienstverlening en de rol van een moderne gemeente
die ertoe heeft geleid dat Nijmegen een van de spitsgemeenten is voor
het ICTU / EGEM-project 'Vergunningen op internet'. Dat draait om ontsluiting
van digitale archieven en publicaties (zie kader). Het betreft vergunningengerelateerde
informatie van de afdelingen Bouwen & Wonen en Milieu. "Normaal
moet je aan de balie documenten lijfelijk inzien om al dan niet bezwaar
te kunnen maken. Dat kan voortaan gewoon via internet. De voorziening
gaat een dezer dagen live", licht Geurts toe. De informatie is breed
van aard: alle documenten die horen bij de aanvraag. Niet alleen de aanvraag
van burger of bedrijf zelf, ook de bouwtekeningen en de uiteindelijke
vergunning of weigering.
Dat is allemaal niet zomaar digitaal beschikbaar; het scanwerk is cruciaal.
Ensing loopt het digitale dossier langs. "Neem een bouwvergunning.
Als een vraag bij ons binnenkomt, wordt hij ingescand - aanvraag plus
tekeningen. Op het moment van vergunningverlening worden de tekeningen,
de constructieberekeningen, de aanvraag en beschikking zelf opnieuw gescand.
Tijdens en na de bouw gaat een inspecteur van bouw- en woningtoezicht
naar de locatie; de gereedmelding van de bouw wordt ingescand en is ook
op internet in te zien. De interne verslagen en documenten worden wel
ingescand, maar worden niet op internet geplaatst; deze documenten zijn
alleen intern digitaal beschikbaar. Na oplevering worden ook de eventuele
revisietekeningen gescand. Het scannen gebeurt min of meer in eigen huis;
Océ beheert de copyshop in het gemeentehuis. Dat is gemakkelijk;
zo kan de output dagelijks met de interne post mee. De scanfirma weet
volgens coderingen of alleen bepaalde stukken gescand hoeven te worden
of dat alles moet worden gedaan. Het is immers een dure aangelegenheid
als je telkens alles laat scannen, terwijl veel documenten gedurende het
vergunningenproces nog gaan veranderen." Hierna worden alle ingescande
stukken om juridische redenen toch nog fysiek opgeborgen.
Drie maanden na gereedmelding gaan de digitale documenten over naar het
digitale bouwarchief. "Vijfduizend hits per maand hebben we op het
digitale bouwarchief. Makelaars gebruiken het als gadget in hun verkoopproces
en plukken de bouwtekeningen ervan af. Ook architecten doen dat bij verbouwingen."
In het bouwarchief op het Nijmeegse web kunnen mensen nazoeken of iets
dat in de buurt wordt gebouwd legaal of illegaal is. Ook een groot voordeel
is: mensen hebben opeens bouwtekeningen van hun eigen huis, terwijl ze
die vaak niet hadden. Als ze een dakkapel erbij willen bouwen, dan gebruiken
ze gewoon zo'n oorspronkelijke tekening en zetten daar de dakkapel bij
op en dienen die in. Het bouwarchief betreft de huidige gebouwde stad;
gesloopte panden zitten in het papieren archief.
"Het digitale bouwarchief heeft veel positieve reactie opgeleverd",
ervaart het bureauhoofd Bouwen & Wonen. Voorheen moest men naar het
stadhuis komen en betalen voor alleen inzage en voor een kopie van een
document. "Men moest daarvoor ook eerst een afspraak maken en dat
duurde gemiddeld twee weken. Nu kan iedereen er meteen bij en de balie
kon worden opgeheven."
Voortschrijdend inzicht
Een gescheiden bouwarchief- en vergunningen-website was niet wat de ICTU
voor ogen stond. In het door hen gesubsidieerde project zou in één
keer alles te zien moeten zijn wat er vanaf een bepaalde datum is verleend.
De ICTU bouwt daarom op de eigen site een voorziening, waarmee per gemeente
op datum naar vergunningen kan worden gezocht. Nijmegen faciliteert dit
uiteraard.
"Dat datumgegeven zit bij ons nu in de metadata", vertelt Geurts.
"We hebben een webservice aangeboden aan de ICTU; als ze de data
nodig hebben, halen ze het maar op. Veel efficiënter voor beide.
Als wij een mutatie hebben, gaat die naar de centrale database en daar
tapt de webservice na drie dagen ook uit. De termijn van drie dagen is
gekozen, omdat er hier natuurlijk wel eens fouten worden gemaakt. Als
die meteen naar buiten gaan, wordt het probleem niet kleiner. Nu kunnen
we het nog eerst intern opmerken en herstellen voor het gepubliceerd wordt.
Het is een lopend proces, er wordt dagelijks aangevuld."
'Vergunningen op internet' is een webservice, waarvoor het idee uit 2005
stamt. Samen met de gemeente Arnhem is dit voorjaar een functioneel ontwerp
gemaakt. "Dat is ook naar de ICTU gegaan en kan door ander gemeenten
gebruikt worden. Daarna zijn de wegen gescheiden, omdat we andere applicaties
en technieken hebben." Arnhem ging zelf aan de slag, Nijmegen nam
Vicrea in de arm.
Er is geen technisch ontwerp gemaakt. In een aantal sessies zijn opdrachtgever
en -nemer via functioneel ontwerp en prototyping tot resultaat gekomen.
"Het geeft veel ruimte in het proces. Bij gebrek aan een technisch
ontwerp kun je bij dit soort nieuwe zaken ook het voortschrijdende inzicht
benutten. Anders prik je elkaar maar vast op wat je voorafgaand hebt bedacht",
vindt Paul Geurts. Zijn collega lacht. "We zijn een beetje Bourgondisch.
Samen de zaken uitvinden en uitbouwen en postuum een technisch ontwerp
maken! Je hoeft het ook niet te laten goedkeuren, want het is er niet."
Het gebruik van de Google kaartservice vergde een moeilijke beslissing
tijdens het bouwproces. Nijmegen heeft namelijk al jarenlang Intergraph's
WebMap in huis. Daar moest de nieuwe service ook op aansluiten, vond men
in het begin. Maar toen dat relatief veel tijd bleek te gaan kosten, kwam
Vicrea met de Google Maps-oplossing. Geurts: "Dat is wat ik bedoel
met voortschrijdend inzicht. We wilden quick en dirty wat opleveren en
daarna de basismodule van Intergraph eronder hangen. Maar dit quick en
dirty werd steeds meer het echte."
"Het was lastig om zelf uit te vogelen hoe je om kunt gaan met webservices.
We willen services ontwikkelen die generiek zijn, dus ook voor andere
projecten te gebruiken. Zoek huisnummer binnen straal-webservice bijvoorbeeld.
Zo'n stap in het diepe is leuk, maar omdat we zonder voorafgaand beleid
met webservices gingen werken, is het, zeker in de verhouding tot het
management, heel prettig dát het ook werkelijk werkt."
Data- en systeemtechnisch vereiste het project geen nachtwerk. "Het
is door Vicrea gebouwd. Ondertussen kunnen we het zelf ook. Een aantal
ontwikkelaars in Nijmegen was zeer enthousiast en heeft nu al wat kleine
componenten gemaakt. Het is gewoon ontzettend gemakkelijk: de API [application
programming interface, red.] is heel goed beschreven en geeft veel ruimte.
Er is heel veel documentatie over te vinden. De basis ervan zit goed in
elkaar. Een beetje programmeur kan in één dag een Google
Maps-applicatie maken."
"Erg leuk is ook dat, nu we life gaan, er luchtfoto's van Nederland
onderzitten [Aerodata levert Google heel Nederland op 50 cm resolutie
aan, red.]. Daar hebben we geluk mee. Toen we net begonnen, waren er allen
die wazige satellietbeelden. Daarvan hadden we besloten: zet die maar
uit, daar heb je niks aan."
Investeringen
Qua hard- en software vinden Geurts en Ensing dat er niet veel investeringen
nodig waren. Het kwam goed uit, dat de eerste verkenningen waren opgestart
voor een datawarehouse-architectuur. Toen het Vergunningenservice-traject
verder gevorderd was, zijn ze met die theorie gestopt om meteen tot praktisch
handelen over te gaan. "We zeiden: 'We gaan het gewoon doen. Hier
is een concrete vraag en daar hoort een datawarehouse bij."
De gescande documenten worden naar het datawarehouse geupload zonder iets
aan de data te veranderen. De daaruit voortspruitende webservices zijn
goed te vergelijken met datamarts: specifieke subsets die voor een bepaald
doel of publiek toegankelijk zijn. Geurts: "We moesten alleen voor
de ICTU een aantal velden voor metadata toevoegen. De bronsystemen zijn
nu zo aangepast, dat ze die bij de bron in kunnen vullen. Het gaat om
het workflowsysteem en het systeem dat de inhoud van het bouwarchief bepaalt."
Qua hardware zijn de kosten beperkt gebleven tot een nieuwe server, die,
als tot een datawarehouse was besloten, er toch wel gekomen zou zijn.
De kosten vindt het tweetal dan ook wel meevallen. "Energie kost
het genoeg; onze eigen uren vormen de hoogste kostenpost." Het functioneel
ontwerp kostte Nijmegen en Arnhem samen 15.000 euro. Het eenmalig bouwen
van de vergunningenapplicatie voor Nijmegen vereiste ongeveer120.000 euro,
inclusief aanpassing van de backofficesystemen en de ICTU-webservice.
Van de ICTU zal na goedkeuring een financiële bijdrage van 20.000
euro worden verkregen. Wat wel een telkens terugkomende kostenpost is,
is het dagelijks scannen. "Op jaarbasis is dat een aardige bak met
geld, want in Nijmegen gaat het om 1.100 bouwaanvragen. Ook hebben we
extra capaciteit in huis gehaald om de papieren dossiers te controleren
en te schonen voordat ze gescand worden. Je moet die dossiers op een bepaalde
manier aanleveren."
Er is op kleine schaal getest wat mensen ervan vinden, op kantoor en privé.
"Vooral ouderen met weinig pc-ervaring zijn goede proefpersonen.
Snap je wat je kunt vinden en hoe je moet zoeken? Het moet zo simpel mogelijk
zijn. We hebben het zoekscherm aangepast op basis van de gesprekken. De
hiërarchie van de zoekstappen moet helder zijn. Bij 'Zoeken direct
op kaart' staat nu ook een kaartje als button, zodat mensen visueel geholpen
worden. Ook het aanvinken van hetzij milieu- of bouwvergunningen werkt
beter dan een scrollmenu."
Op de kaart van Google Maps kun je doorklikken op 'satellite' en 'hybride';
een gewone burger kan zich bij die termen op voorhand toch niets voorstellen?
"Klopt, zegt Geurts, "maar dat is dan ook voor de liefhebber.
In principe kun je alles doen via de stadsplattegrond. Die andere twee
krijg je cadeau bij Google." Voor digibeten is er in de Stadswinkel
een ruimte waar medewerkers van de gemeente mensen helpen om de pc te
gebruiken voor opzoekwerkzaamheden. Dat geldt voornamelijk voor het zoeken
in het digitale bouwarchief, omdat die documenten alleen nog maar digitaal
in te zien zijn. De documenten die digitaal getoond worden via Vergunningen
op internet blijven vooralsnog echter ook in papieren vorm in te zien
bij de Stadswinkel.
E-mail service
Er zijn veel ideeën over hoe de geowebservices uit te breiden. Vooruitlopend
daarop is dan ook gekozen om de applicatie Procedures online te
noemen, omdat de informatieverstrekking niet alleen beperkt zal worden
tot vergunningen. "Zo onderzoeken we of we er wegafsluitingen op
kunnen zetten. We kunnen het bijvoorbeeld nog aanvullen met rooivergunningen.
Er zijn al concrete plannen om er in 2007 ook digitale bestemmingsplannen
aan te koppelen, maar met DURP zijn we nog niet ver. We kijken ook of
we het op termijn zouden kunnen uitbreiden met e-mail. Daarop kan de burger
een abonnement nemen. Als er dan iets in zijn directe omgeving - een straal
van 500 meter - verandert, krijgt hij persoonlijk via e-mail een signaal.
Dat kan van alles zijn: van wegomlegging en kapvergunning tot bouwaanvraag,
zolang het maar een onderwerp is dat is gekoppeld aan de applicatie. Dus
het zal de burger veel gaan opleveren. Of het ons veel kostenbesparing
oplevert, is de vraag; het verstrekken van informatie kan ook tot meer
werk leiden. We laten zien dat je bezwaar kan maken en hoe je dat dan
doet. Ik verwacht eerst een hype, na drie maanden zal het niet veel meer
verschillen met de analoge wereld. Wij leveren er geen kant-en-klaar bezwaarschrift
bij aan; ervaringen elders geven aan dat dát een stap te ver is."
Ook wordt naar mogelijke synergie met de aanstaande basisregistraties
gekeken. Nijmegen is bezig met de inrichting van de Basisregistraties
Adressen en Gebouwen en bekijkt nu opnieuw de gehele workflow die daarmee
samenhangt. In die werkstroom zit natuurlijk ook de bouwvergunning voor
nieuwe woningen. De afdeling Belastingen wil eigenlijk een maand na een
bouwvergunning weten wat het adres is, zodat ze een dossier kunnen gaan
aanleggen. Nu duurt dat een half jaar. Men onderzoekt of de formele huisnummeraanduiding
in tijd naar voren gehaald kan worden. Ensing: "Let wel: het gaat
om panden die nog niet zijn gebouwd. Op het moment dat een huisnummer
wordt toegekend, gaat dat bijvoorbeeld ook naar de PTT. Je moet oppassen
dat je aan de ene kant niet een probleem oplost en aan de andere kant
erbij maakt. Dan kunnen we containers in het zand zetten voor de onvermijdelijke
direct mail."
De vergunning-onderleggers zijn nu extern snel beschikbaar, maar hoe zit
het intern? "Ook intern kan dit iets leuks opleveren", oordeelt
Ingrid Ensing. "Een burger moet hier namelijk een bouwaanvraag in
zesvoud indienen; voor brandweer, milieu, WOZ et cetera. Het workflowsysteem
van Bouwen & Wonen stuurt elke dag een mailtje naar de betrokken ambtenaar:
die en die bouwaanvraag is binnen gekomen. Nu heeft men de papieren tekening
pas na vier dagen beschikbaar, maar straks kunnen ze het hele pakket bijna
meteen inzien. Immers, alle relevante documenten worden direct bij binnenkomst
gescand. Nu zijn we dus aan het kijken of het mogelijk is de aanvraag
alleen digitaal naar iedereen door te sturen. De burger zou dan straks
de aanvraag slechts in enkelvoud in hoeven te dienen."
"De afdeling Milieu staat ondertussen al absoluut positief tegenover
digitale service. Hun webatlas rond bodeminformatie leidt tot 1000 hits
per maand. In de korte tijd dat deze Arhuus-site nu draait, is bij Milieu
een mindshift op gang gekomen. In plaats van zeer terughoudend te zijn
met informatie over bodemverontreiniging wil men nu dat er zoveel mogelijk
on line komt, omdat de mensen moeten weten wat er aan de hand is."
Ensing en Geurts houden er rekening mee dat een aantal collegae alles
liever vanaf papier doet. "We zullen wel zorgen dat er overal plotters
zijn." En na een korte stilte: "Het is een cultuuromslag: van
analoog naar digitaal, ophouden met uit te printen. Ook onderdeel van
de cultuuromslag is het idee dat je het voor de burger doet. Klinkt flauw,
maar men is met zijn eigen werk bezig. Dat de burger je werk is, moet
her en der nog werkelijk doorvoeld worden. Externe transparantie van processen
en informatie versnelt dat."
Frédérique van Berkel-Coumans
Reacties naar fvanberkel@vbb.nl
[kader]
Publicatie Vergunningen op internet
De doelstelling van het project 'Publicatie Vergunningen op internet'
is om, in samenwerking met deelnemende organisaties, een publicatiestandaard
en standaardmethode te ontwikkelen en in de praktijk te testen in spitsprojecten.
Met andere woorden: alle verstrekte vergunningen tijdig via internet beschikbaar
en raadpleegbaar maken op websites van de deelnemend organisaties.
Het project is in december 2007 klaar. De eerste resultaten van de voorhoedegemeenten
worden in mei 2006 verwacht. Den Bosch heeft inmiddels de resultaten van
haar project opgeleverd. Deelnemers zijn: Amstelveen, Apeldoorn, Arnhem,
Den Bosch, Dordrecht, Eindhoven, Voorst, Hoorn, Enschede.
|