| Ervaren procesmanagers
gezocht
Geonovum laat zich voorstaan
op daadkracht
Hij had er al vorig jaar zomer moeten zijn, de opvolger
van Ravi en NCGI. Maar of er zelfs eind van dít jaar een nieuwe
stichting is, is afwachten. De verkiezingen en bijbehorende kabinetsformatie,
inclusief serieuze reorganisatie van de rijksoverheid, kunnen roet in
het eten gooien. Maar er staan een enthousiaste voorzitter en directeur
aan de meet; de laatste begon 1 november. Geonovum gaat het pragmatisch
aanpakken; het is nu of nooit met de vrije onderlinge toegankelijkheid
van geoinformatie tussen overheden.
Eigenlijk
willen ze vooral opnieuw beginnen en niet meer geassocieerd worden met Ravi
en NCGI, die de afgelopen tien tot vijftien jaar geprobeerd hebben de geoinformatie
in Nederland bottum-up naar het hoogste niveau te tillen. Er is strategisch
en operationeel veel bereikt - dat staat buiten kijf - , maar de laatste
jaren kwam er niet meer uit wat de minister van VROM, die geoinformatie
in de portefeuille heeft, hoopte.
Het ministerie nam in 2002 de Ravi haar coördinerende positie in het
geoveld daarom af en de Ravi hield met subsidie en projecten het hoofd boven
water. Het NCGI werd in de realisatie van een breed gedragen en gebruikt
nationaal clearinghouse door andere landen links en rechts ingehaald en
moest om de paar jaar een andere 'beschermheer' zoeken. Daar moest een einde
aan komen. Onder het mom van 'te veel bestuurlijke drukte' en onder pressie
van VROM besloten de voorzitters van beide clubs tot een fusie (zie Vi MATRIX
95). Uiteindelijk gaat die niet door; de twee stichtingen worden opgeheven.
Financiering
Er komt wél een nieuwe stichting: Geonovum. Geen strategische taken
meer; die vallen toe aan het GI Beraad (Vi MATRIX 106). Er komt ook geen
rol naar gebruikers of bedrijven, hoewel VROM dat in eerste instantie
wel zo zag (die rol is nu nergens belegd). Natuurlijk neemt Geonovum een
deel van het stokje over van Ravi en NCGI: Geonovum zal resultaten moeten
boeken op het terrein van standaardisatie en op ongebreideld gebruik van
geoinformatie tussen overheden. De nieuwe stichting zal wel een totaal
andere werkwijze kiezen, als het aan onafhankelijk voorzitter Bart van
Rietschote en directeur Rob van de Velde ligt.
Van Rietschote - net met pensioen, maar bestuurlijk uiterst actief - is
jarenlang PSG op het ministerie van VROM geweest. "Ik vind het belangrijk
om op korte termijn te laten zien dat Geonovum meerwaarde betekent. Die
'haast' heeft ook een link naar de financiën. Ik heb jarenlang aan
de andere kant gestaan en de worsteling om centjes los te krijgen van
dichtbij meegemaakt. Met de basisfinanciering van 700.000 euro per jaar
die door de departementen zijn toegezegd, is alleen het noodzakelijkste
te doen. Dus we moeten ook andere dingen verwerven die zichzelf bedruipen.
Het is een van mijn taken om te zorgen dat we niet iedere keer met de
pet rond hoeven."
"De medefinancierende participanten zitten niet, zoals vroeger, in
het bestuur, wel in de programmaraad. De binding moet komen door wat we
presteren en hoe we communiceren. Men moet met ons willen werken en ervoor
betalen. De basisfinanciering is bovendien niet dichtgetimmerd. Het is
nu eenmaal zo, dat de rijksoverheid elk moment kan besluiten de financiering
niet te continueren; er zijn geen garanties. Maar wij moeten ervoor zorgen
dat we een gezonde structuur hebben en zorgen dat het vanzelfsprekend
is dat er wordt betaald. En als we grote projecten gaan ondersteunen,
dan zitten we ook in een omgeving waar veel geld in omgaat."
Rob van de Velde, tot voor kort hoofd van het GIS Competence Center van
de Dienst Landelijk Gebied en Dienst Regelingen, ziet die gezonde structuur
en die grote projecten duidelijk voor zich. "Wat de structuur betreft:
in het begin zullen we het bureau op detacheringbasis bemensen. In deze
opstartfase is het anders ingewikkeld om een aantrekkelijke werkgever
te zijn voor ervaren mensen. Ik benader nu de grotere organisaties in
de geosector voor procesmanagers en specialisten geostandaarden."
Van Rietschote waarschuwt: "Aan detachering zit een risico, namelijk
dat je mensen toegeschoven krijgt die ondermaats presteren. Daarom: juridisch
is sprake van detachering, maar wij zoeken en kiezen zelf de mensen. Er
wordt niet gedumpt."
Procesmanagers
De procesmanagers die Van de Velde nu zoekt, zijn nodig om in zo kort
mogelijke tijd - een half tot een heel jaar - resultaten te kunnen neerzetten
op het terrein van de toegankelijkheid van geoinformatie binnen de overheid.
"Het is nog niet gelukt om het gebruik van elkaars gegevens te regelen.
Dat komt, omdat het níet is aangepakt als een probleem dat je van
A naar B brengt. En dáár ligt volgens mij de essentie van
wat je vanuit Geonovum kunt bereiken."
" Het GI Beraad geeft aan wat zij wil veranderen en neemt verantwoordelijkheid
voor het wegnemen van structurele barrières. Uitvoeringscoördinatie
in de vorm van procesmanagement wordt een belangrijke activiteit van Geonovum:
een probleem als proces bezien, in stappen oplossen en niet loslaten.
Een procesmanager maakt het probleem helder en verbetert via projectteams,
met medewerkers van de betreffende overheidsorganisaties, de onderlinge
toegankelijkheid."
"Ik koers ook op procesmanagement, omdat ik denk dat de uitdaging
technologisch wel af is, de gegevens er in veel gevallen al zijn en de
financiering meestal geen echte belemmering vormt. Er moeten alleen de
juiste besluiten worden genomen. Het komt erop aan, dat zowel de deskundigen
als het middenkader en de top met elkaar bespreken wat de belemmeringen
zijn. Als je zo'n kwestie alleen bij de top neerlegt, wordt er gezegd:
'Die zijn er niet'. Hiervoor heb je heel goede procesmanagers nodig. Tegelijk
moet je toegankelijkheid van geoinformatie faciliteren met state-of-the-art
hulpmiddelen voor standaardisatie. Het Framework van Standaarden voor
de NGDI, zoals ontwikkeld door RAVI, is daar een uitstekend uitgangspunt
voor. Het kleine Geonovum moet dus zowel verbinding hebben met deskundigen
als met het middenkader. En via het bestuur is er de ingang bij de top.
De programmaraad zal ook een sterke invloed kunnen hebben op het binnenhalen
van potentials."
Inspire, DURP, onderwijs en OOV (openbare orde en veiligheid) zijn volgens
Van de Velde in ieder geval potentials c.q. terreinen waar Geonovum haar
diensten kwijt kan. Die diensten betreffen niet alleen de ontwikkeling
van een verbeterde collectieve geodata-infrastructuur op het betreffende
'speelveld', maar ook een collectieve inkoop van data. Van de Velde heeft
in zijn vorige functie positieve ervaringen opgedaan met een gezamenlijk
opdrachtgeverschap namens tientallen overheidsorganisaties voor luchtfoto's;
hij wil dat nu voortzetten en verbreden.
"Geonovum staat aan de kant van de uitvoering", beklemtoont
hij. Op de vraag of die rol eigenlijk wel bij hem past, antwoordt hij:
"Ja. Het beleid kan best her en der aangescherpt, maar de winst moet
komen uit de uitvoering. Dat is wat mijzelf interesseert." Zijn voorzitter
bevestigt hem: "We hebben vijf kandidaten voor deze directeursfunctie
gehad - geen vrouw overigens - maar vanuit zijn netwerk en ervaring met
uitvoeringsorganisaties kan Van de Velde snel resultaat boeken, is ons
idee."
Speerpunten
Het eerste speerpunt is de ontwikkeling van de GeoData Infrastructuur
Calamiteiten (zie Vi MATRIX 104). Dat is een opdracht van het GI Beraad.
LNV en BZK trekken nu deze kar, maar Van de Velde verwacht dat Geonovum
begin volgend jaar een wezenlijke rol kan spelen bij de doorontwikkeling
hiervan. "Denk aan het beheer van het stelsel van afspraken, maar
ook om het verder te voeren dan het niveau van de rijksoverheid naar met
name de veiligheidsregio's en gemeenten. Ook hier kunnen we het procesmanagement
oppakken en een collectief opdrachtgeverschap implementeren." De
vergoeding ervoor moet apart geregeld worden, want zij valt niet binnen
de genoemde basisfinanciering.
Datzelfde geldt voor Inspire, de Europese geodata-infrastructuur die er
volgend jaar aankomt en die voor een groot deel over standaardisatie-afspraken
gaat. De realisatie van een collectief Inspire-knooppunt, dus het maken
van zo'n infrastructurele voorziening die de toegankelijkheid faciliteert,
is een grote klus. Een derde traject is het onderwijs. Ook daar moet de
toegang tot overheidsgeodata flink worden verbeterd.
Ten vierde zijn er gesprekken met VROM over de rol van Geonovum bij de
implementatie van DURP (digitale uitwisselbare ruimtelijke plannen en
processen). Ook hier zijn procesmanagement, beheer van de standaarden
en collectief opdrachtgeverschap mogelijke facetten. In de oriënterende
gesprekken wordt verkend hoe de kennis van de betreffende VROM-ambtenaren
kan worden benut door Geonovum. Per slot van rekening loopt DURP als project
af en is hun core competence toch - naast ruimtelijke ordening - standaardisatie.
Een platformfunctie voor het geo-bedrijfsleven ziet Van de Velde niet
in het verschiet, net zo min als voor de wetenschap. "Het innovatieprogramma
Ruimte voor Geoinformatie is voor dat laatste de drijvende kracht. De
overheid, daar ligt onze focus. Burgers en bedrijven die voor hun eigen
belang over geoinformatie willen beschikken, bedienen we indirect als
we de zaken voor de overheid verbeteren, maar wij gaan ons niet op deze
partijen richten."
Dat wil niet zeggen, dat er met name richting Ruimte voor Geo Informatie
geen inspanningen worden verricht. "Daar komen producten uit die
kennisbouwstenen zijn, maar nog geen operationele voorzieningen. Zo gauw
die opgeleverde bouwstenen in het domein van Geonovum komen, zullen wij
die toetsen en incorporeren in de nationale geodata-infrastructuur. En
natuurlijk kijken we wat het RGI op middellange termijn aan interessante
producten voor de Geonovum-agenda kan leveren."
"Het RGI is bezig met een ombuiging van hun gedrag, zodat meer geïnvesteerd
wordt in het laten landen van hun kennisresultaten", ziet Bart van
Rietschote. "Het wordt minder vrijblijvend en daar past Geonovum
mooi bij. Natuurlijk stemmen we wel af en bespreken we met de programma-
en de wetenschappelijk directeur onze visie op de ingediende projectvoorstellen."
Met hen blijkt deze herfst ook overleg te zijn geweest over de formulering
van de jongste RGI-tender.
Van de Velde: "Ik ben geen lobbyist, maar promotor van het gebruik
van standaarden. En als na sluiting van de tender dergelijke projecten
ertussen zitten, zal ik natuurlijk mijn interesse voor die voorstellen
duidelijk maken. Dat heeft voor het RGI het voordeel dat ze weten dat
ik de kans op bruikbaarheid van de resultaten hoog inschat. De keuze is
verder natuurlijk aan de verschillende RGI-gremia. Nog een beleidswijziging
ten opzichte van de Ravi is dat wij nooit onderdeel van een consortium
zullen zijn. Ook zonder dat je participeert, kun je uitstekend gebruik
maken van de resultaten."
Erkenning
De Geonovum-top denkt het geluk te hebben onder een ander gesternte aan
de slag te kunnen. "Er is nu de erkenning dat je voor een aantal
maatschappelijke thema's als openbare orde en veiligheid de toegankelijkheid
kúnt regelen. We moeten het zoeken in bestuurlijk afgekaderde problemen
en het spel per speelveld spelen. De bereidheid van de overheid om samen
te werken en informatie te delen is sterk verbeterd. Kijk ook naar de
basisregistraties. De voorwaarden daarvoor zijn al vijftien jaar voortreffelijk,
maar het bleven wetenschappelijke thema's. Je bent tien jaar aan het rammen
en drammen en opeens gebeurt het. Als je er op dat moment gebruik van
maakt, kun je een heel eind komen."
"Drie jaar geleden is 'de andere overheid' als richtsnoer gekozen
om de interne efficiency te verbeteren. De e-governmentactiviteiten uit
dat programma hebben vanaf toen een grote vlucht genomen. Geoinformatie
met al zijn infrastructuren ligt daar dicht tegenaan; heeft daar voordeel
bij. Ook de definitie van standaarden is verder; we kunnen ze nu echt
gaan gebruiken. Er is een technische infrastructuur; we hoeven niet meer
te denken over plannen van het ministerie van Binnenlandse Zaken om een
centraal rekencentrum te maken met alle overheidsinformatie erin. De data
kunnen nu afgetapt worden vanuit de bron."
Bij Binnenlandse Zaken zijn overigens wel organisatieonderdelen actief
op terreinen die Geonovum raken. Daarmee wil Rob van de Velde naar synergie
zoeken op programmatisch en personeel vlak. Hij noemt de ICTU en GBO.
GBO is de beheerorganisatie, die voor de rijksoverheid gemeenschappelijke
voorzieningen wil realiseren, bijvoorbeeld in het kader van de basisregistraties.
"GBO is voor ons vooral interessant als het gaat om standaardisatie.
ICTU richt zich net als wij op uitvoeringsprocessen bij centrale én
decentrale overheden. Met hen kunnen we, waar mogelijk, procesmanagement
samen doen."
Ten leste wordt de vraag aangekaart of de splitsing tussen strategie en
uitvoering handig is. In eerste instantie zat zo'n GI Beraad ook niet
in de planning en zou er één organisatie komen die zowel
beleid als operationele zaken behartigde. Voorzitter Van Rietschote gaat
al wat langer mee en kent de cycli. "Het is goed dat we een knip
hebben gemaakt tussen beleid en uitvoering. Laten anderen maar met de
belangen stoeien en bovendien maken we zo echt een frisse start."
"Kijk, wij adviseren via het GI Beraad. Daar zit dus ook best strategische
ruimte in. Hoe benader je een doel? Bottom up of top down? Wij willen
niks afdoen aan de visie en rol van het GI Beraad, maar er zullen daar
zeker zaken op de agenda komen, die door ons worden aangedragen - juist
vanwege onze kennis van de uitvoering. Over twee jaar, als we ons werk
goed doen, zullen de posities wel weer iets verschuiven en krijgen wij
een meer strategische functie. Dat zou me niets verbazen." Directeur
Van de Velde knikt instemmend, maar zegt al handenwrijvend: "Het
is nu niet relevant; we hebben de handen vol."
Frédérique van Berkel
[kader]
Organisatie
Geonovum bestaat uit twee groepen deskundigen: specialisten op het gebied
van geo-ict en -standaardisatie en procesmanagers, die in staat zijn om
globale bestuurlijke wensen te vertalen naar een uitvoeringsprogramma.
De vaste bezetting daarvoor zal eind 2007 ca 12 mensen omvatten. Daarboven
staat directeur Rob van de Velde (op detacheringsbasis), die op zijn beurt
wordt gefaciliteerd door een klein bestuur. Bart van Rietschote is onafhankelijk
voorzitter.
Als adviescollege aan het bestuur is er de Programmaraad, waarin de subsidiënten
zijn vertegenwoordigd. VROM wordt hiervan voorzitter, omdat dit ministerie
de grootste financiële bijdrage levert. De samenstelling van zowel
bestuur als Programmaraad is nog niet rond.
|