Vi MATRIX - Actueel - In Perspectief

Geometrische kwaliteit


prof. mr. Jaap Besemer

Foto van de auteurIn Nederland zijn we toe aan een nieuw kennis- en keuringsinstituut. Uit armoe weliswaar, maar ‘elk nadeel heb z’n voordeel’.

Al weer jaren geleden liet een ervaren mathematische geodeet mij een kaartblad zien, vervaardigd op fotogrammetrische basis, met dwars over dat kaartblad van west naar oost en omgekeerd de afbeelding van een wat grotere weg. Ergens midden op dat kaartblad hield de weg op, om vervolgens een stukje noordelijker verder te gaan. Voor wie de situatie in werkelijkheid bekend was, zoals voor mij, was de conclusie helder: dit klopt niet. De organisatie, die het kaartblad had vervaardigd, kreeg huiswerk: s.v.p. herstellen. Overigens niet op basis van mijn waarneming, maar op basis van een grondige kwaliteitscontrole door die ervaren mathematische geodeet.
Sinds die tijd is het met de kennis van de geometrische kwaliteit niet beter geworden. De Nederlandse Commissie voor Geodesie heeft recent een onderzoek laten doen naar de situatie rond RD en NAP. Het rapport, dat vastgesteld is in de vergadering van de NCG van 11-12-2009, begint als volgt: “In Nederland is er een erosie waar te nemen voor de erkenning van de noodzaak voor het in stand houden van de nationale geodetische infrastructuur als onderdeel van de Europese geodetische infrastructuur. Er is geen politieke aandacht. Daarbij komt dat de beherende instanties het bedrijfsbelang boven het nationale belang lijken te stellen. Dit komt de geodetische infrastructuur in haar volle breedte niet ten goede.”

Versnippering
Oorzaak én gevolg staan in het rapport in één zin: “De versnippering van de kennis over een klein aantal oudere medewerkers bij meerdere organisaties houdt een groot risico in voor het behoud van de kennis en daarmee voor de continuïteit van de infrastructuur.“
Dit probleem speelt niet alleen bij de publieke diensten die belast zijn met de instandhouding van de geodetische infrastructuur, maar net zo goed elders in de publieke en de private sector. Er is geen aanwas meer van geodeten in het algemeen, dus evenmin van mathematisch geschoolde geodeten. Daarvan heeft de maatschappij er weliswaar niet heel veel, maar toch wel een aantal kwalitatief hoogopgeleiden nodig. Wil de wereld van geo-informatici producten blijven leveren, waar de maatschappij voor allerhande doeleinden, zoals rampenbestrijding, beheer van de openbare ruimte en rechtszekerheid, op kan vertrouwen, dan zal het met de geodetische/geometrische kwaliteit in orde moeten zijn.
Ik vrees, dat nu de reactie bij een aantal lezers zal zijn: hoera, hij pleit voor een herstart van de opleiding geodesie in Delft. Deze lezers moet ik teleurstellen. De behoefte aan mathematische, op academisch niveau opgeleide geodeten is in mijn opvatting in ons land te klein om dat te rechtvaardigen. Dit vraagstuk moet in Europees verband opgelost worden en, zolang dat niet het geval is, moeten we maar leentjebuur spelen bij onze oosterburen.

Massa creëren
Waar ik wel voor pleit, is de nog wel aanwezige kennis(werkers) op dit terrein te bundelen in een instituut voor geodetische/geometrische kwaliteit. Uit de geciteerde NCG-rapportage blijkt dat deze experts per organisatie in hele kleine aantallen er nog wel zijn, maar gezien de leeftijd van de betrokken medewerkers niet eindeloos lang meer. Al zal dit beeld voor andere onderdelen van het geodetisch werkterrein hier en daar wat beter zijn, het totale beeld stemt niet tot vreugde. Als deze kennis bij elkaar is gebracht, ontstaat er allereerst wat meer massa en is vervolgens de aanwas mogelijk ook beter te regelen. Al was het maar, omdat zo’n club aantrekkelijker is om bij te werken dan om als eenzaat ergens hof te houden.
Aan wat voor instituut valt te denken? Allereerst aan een instituut dat om zijn kennis en oordeel volstrekt gerespecteerd is in de samenleving. De kwaliteit van de organisatie moet boven iedere twijfel verheven zijn en door iedereen aanvaard worden. Dit zegt meteen iets over de plaats van een dergelijk instituut: het moet onafhankelijk staan van organisaties die geodetische, of met behulp van geodetische technologie vervaardigde, producten of diensten leveren. Ook moet de complete geo-informatiewereld er achter staan. Het moet niet primair gericht zijn op omzet en winst, maar op kwaliteitstoezicht, al zou het wel zijn eigen broek moeten ophouden. Een beetje bedrijfsmatig opereren is voor geen enkele instelling verkeerd.
Zijn we in Nederland toe aan zo’n instituut? Ik vind van wel. Wie kan het initiatief nemen? De NCG samen met Geonovum lijkt mij hiervoor in de rede liggen. Ik zal het in die kringen in ieder geval bepleiten.


Reacties naar besemer@vbb.nl



[Home | Vi Actueel | Vi Matrix | Nieuws | Data Catalogue | Abonneren | Adverteren | Contact]
©2001 VBK Editoral Management